Woordenlijst

Woordenlijst

Abstinentie: geheelonthouding

Accident: toevallige eigenschap van een zaak (verhoging of verlaging)

Adequaat: aangepast

Agressor: De persoon die het geweld/de dreiging pleegt

Allochtoon: iemand die van ergens anders afkomstig is/iemand van wie minimaal één van de ouders in het buitenland geboren is

Arbeidszorg: De begeleide onbezoldigde tewerkstelling op maat voor personen die niet meer of nog niet in het betaalde economische of beschermde tewerkstellingscircuit terecht kunnen.

Autonomie: zelfbestuur

Basisvoorzieningen: voorzieningen van wat in ieder geval beschikbaar moet zijn.

Bed-Bad-Broodfilosofie: Staat voor de B- van betrokkenheid, begrip, belangstelling, de noodzakelijke positieve basishouding in een begeleiding met respect en met aandacht voor de mens achter de thuisloze.

Begeleidingsplan: cliënten worden opgevolgd met een bepaald plan waarin doelen zijn opgenomen (bv op het gebied van dagbesteding) en waarnaar men probeert te streven.

Blaming the system: Psychologisch verschijnsel waarbij een dader de schuld van zijn daad bij de samenleving legt

Blaming the victim:“Blaming-the-victim” of “victim blaming” (het slachtoffer de schuld geven) is het psychologische verschijnsel waarbij een dader de schuld van zijn daad bij het slachtoffer legt. Vb. een verkrachter die zegt dat zijn slachtoffer ‘er zelf om vroeg’

Bridging: geloof in een betere toekomst

Burn -out: Specifieke vorm van stress. Burnout betekent zoiets als afgebrand, uitgeblust en emotioneel uitgeput zijn

CAW: Centrum Algemeen Welzijnswerk

Causaliteit : oorzakelijk verband

Cesuur: Een snijding, een grens.

Cognitieve stoornissen: stoornissen in het denken

Continuïteit van zorg: een voortdurende zorg

Coping: Coping is de manier waarop iemand zowel gedragsmatig, cognitief als emotioneel op een aanpassing vereisende omstandigheden reageert. Eenvoudiger gezegd, ‘de manier waarop iemand met problemen omgaat’

Copingsmechanisme: Een manier van omgaan met frustratie. Voorbeelden van copingsmechanismen zijn: Opkroppen, externailseren, automutilatie,…

Crisisopvang: De crisisopvang biedt tijdelijke woonruimte als u door een crisissituatie niet meer thuis kunt wonen. (max. 3 maanden)

Cumulatie: opeenhoping, opeenstapeling, ophoping, samenvoeging

De-institutionalisering: Het tegengaan van institutionalisering onder meer door het overgaan van bewoners van instituten naar woonvoorzieningen dichter bij de samenleving

Demografie: Wetenschap die de ontwikkelingen in omvang, samenstelling en ruimtelijke verdeling van de bevolking bestudeert.

Desaffiliatie: afbreken van sociale contacten

Determinstisch: ‘determinisme’ ; verwijst naar de leer die zegt dat de menselijke wil niet vrij is

Discours: Gebrek aan overeenkomst onder personen, groepen, of dingen

Diversiteit: verscheidenheid

Etniciteit: Perceptie van identiteit, onderscheidende kenmerken en betekenis die een groep met gezamelijke taalkundige, godsdienstige, nationale en soms raciale of andere culturele kenmerken heeft

Faciliterende: tegemoetkomende, voorziende

Gender: gedrags- en identiteitsaspecten per sekse.

Gradueel: opklimmen

Herankeren: het creëren van positieve bindingen, van een geloof in eigen mogelijkheden, van het gevoel terug greep te krijgen op het eigen leven, op het nastreven van ‘maatzorg’ dus.

Huisvestigingsprobleem: een probleem bij het onderkomen

Hostel: een verblijfplaats voor dak – en thuislozen waar men kan overnachten

Individualisering:Ontwikkeling in de samenleving waarbij het individu en zijn behoeften meer centraal komen te staan. Het individu wordt niet langer vooral gezien als onderdeel van de grotere gehelen, zoals het gezin, maar als op zichzelf staand wezen. De individualisering werd vanaf de jaren zestig bevorderd door de tweede feministische golf, het toenemende scholingsniveau van mannen en vrouwen en de mechanisering van het huishouden (= vrouwen kregen meer kans om zich buitenshuis te ontplooien)

Inherent: onafscheidelijk verbonden

Internationale Consensus: een internationale algemeen gedeelde opvatting, een gelijkheid van opvatting bij iedereen

Interpsychisch: alles wat te maken heeft met het binnenkant van de ziel

Intervisie: de systematische aanpak van werkproblemen in een kleine groep mensen.

Intrafamiliaal geweld: geweld die zich afspeelt binnen het gezin

Institutionalisering: Beperking van de individuele ontplooiing en ontgroeiing aan het eigen milieu door langdurig verblijf in een ziekenhuis of inrichting door de daar opgelegde regels

Institutionele benadering: van de aard van, behorend tot een instituut of instituten.

Marginalisering: Proces waarbij personen of groepen terechtkomen in de marge van de samenleving

Methodisch werken: werken volgens een bepaalde methode, een manier van werken.

Micro-, macro- en meso niveau v/d samenleving: Het niveau waarop we zelf functioneren noemen we het meso-niveau. Wat op grotere schaal is noemen we macro-niveau en wat op kleinere schaal is noemen we micro-niveau

Mono-causaal gegeven: een gegeven onstaan door een enkele oorzaak

Negatieve uitstroom: thuislozen die een hostel verlaten omwille van langdurige detentie, het vertonen van ontoelaatbaar gedrag,…

Netwerken: contacten leggen met andere mensen die nuttig zijn

Ontankering: een persoon verliest zijn of haar sociaal netwerk, of had zelfs nooit een sociaal netwerk, het is een proces van verlies van houvast, van contactpunten, van steunfiguren, van eigen mogelijkheden, een groeien van onmacht, vraagt om ‘herankeren’.

Opbouwwerk: maatschappelijk werk, dat beoogt de sociale omgeving van de mens gunstig te beïnvloeden

Paradoxaal: in strijd met eigen verwachtingen

Positieve uitstroom: thuislozen die een hostel verlaten omdat ze zelfstandig gaan wonen

Preventie: het voorkomen van iets.

Psychotische stoornissen: mensen die een gestoord realiteitsbesef hebben. Een psychose bevat volgende kenmerken: wanen, hallucinaties,… 1 van de meest gekende psychotische stoornissen is Schizofrenie.

Reciprociteit (gebrek aan): Gebrek aan “wederzijdsheid”; geen evenwichtig verloop in de “aan- en verkooptransacties” tussen twee partijen

Reconversie: De omschakeling, de herstructurering en het hergebruik van voornamelijk bestaande terreinen, die daarvoor eventueel grondig moeten aangepast worden.

Regulier bestaan: Regelmatig - gewoon bestaan

Rehabilitatie: een vorm van hulpverlening aan mensen met ernstige en langdurige psychiatrische problematiek

Restrictief: beknottend, beperkend

Ruptuur: breuk

Sensibilisering: het gevoelig maken van iets

Sociaal: geneigd om in een groep te leven

Sociaal-culturele evoluties: vooruitgang op sociaal-cultureel vlak

Sociale huisvestiging: een woning die gebouwd zijn voor mensen met een laag inkomen, kansarmen, OCMW-gebruikers.

Sociaal isolement: mensen die zich volledig afzonderen van hun sociaal netwerk en de buitenwereld , die zo dus geen/weinig sociaal contact hebben.

Sociaal netwerk: Een netwerk van mensen of groepen mensen. Bijvoorbeeld een verzameling van mensen die elkaar kennen, of organisaties die vaak samenwerken.

Sporadisch: verstrooid, zeldzaam

Stigmatiseren: iemand een negatief etiket opkleven

Traumatische verbintenis: In relaties waar mishandeling voorkomt ontstaat het patroon waar de man en de vrouw de wens hebben dat de relatie in stand wordt gehouden.

Troaways: mensen die zich letterlijk "weggegooid" voelen uit de maatschappij.

VDVO: Vereniging der Vlaamse Onthaalhuizen.

Vermaatschappeling: Proces waarbij een groter deel van de maatschappij de verantwoordelijkheid gaat dragen.Vb. voor de verzorging van mensen met een zorgbehoefte (Meer algemene term = sociale processen)

Verschaling:De geur en smaak verliezen. De kracht verliezen.

Verschraling: Schraal worden, tekort hebben aan…

Verzipping: De zorg die er is omtrent een bepaalde leefgroep.

Vluchthuis: een instantie die onderdak en opvang biedt aan vrouwen en kinderen die door hun partner mishandeld of bedreigt worden.

Vraaggericht werken: de zorgverlener tracht zijn zorg zoveel mogelijk af te stemmen op de vraag van de cliënt

Wijkgezondheidscentra: hebben de verdienste gehad dat ze voor het eerst een multidisciplinair samenwerkingsverband hebben gecreëerd op de eerste lijn. Deze wijkgezondheidscentra waren door de meerderheid van de artsen evenwel niet graag gezien en wel om vier redenen: ze droegen een duidelijk links-politieke stempel - en er werd niet geaarzeld dit te propageren -, ze richtten zich slechts op bepaalde segmenten van de bevolking - ook al dan niet om politieke redenen -, ze werden gesubsidieerd, en er werd vaak geen remgeld geïnd.

Zorgketen: relaties tussen verschillende organisaties zoals GGZ, politie, verslavingszorg,…

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License