Samenvattingen

HIER STAAN ALLE SYNTHESES VAN DE ARTIKELS DIE WIJ BEHANDELDEN

SADAN opdracht, 1 BaO a Emmy Louage

BLOW. H,DE GROOF K. ,VAN MENXEL G. , “Vrouwen, partnergeweld en thuisloosheid”, de Draad van Ariadne nr. 25/26,Brussel, juni 2005

Thuisloosheid is een samenspel van drie probleemfactoren: een aan-/ afwezigheid van woonst/onderdag, gebrek aan materiële middelen en een proces van ontankering. Thuisloosheid heeft bij mannen en vrouwen vaak een andere oorzaak. Bij vrouwen is een van de meest voorkomende achterliggende factoren: intrafamiliaal geweld. 1/ 3 Thuislozen in 2005 was vrouw. Ze zijn meestal jong, van allochtone afkomst en slachtoffer van intrafamiliaal geweld. Elke vrouw heeft ook nog andere achterliggende problematieken , zoals: vb. psychische problemen. In 2005 konden vrouwen vooral hulp gaan zoeken in C.A.W. ‘s, vluchthuizen en vrouwenopvangcentra. Maar met pleitte voor een meer laagdrempelige en uitgebreide werking en met minder lange wachtlijsten.


Biografieën van thuislozen (Judith)

Bij de thuislozen zijn twee rode draden prominent aanwezig; de huisvestingsproblematiek en de verbintenis- of ontankeringsproblematiek. De thuislozenpopulatie is sterk dynamisch door de globalisering van thuisloosheid (asielzoekers, uitgeprocedeerden, etc.). Onder hen zijn er twee grote groepen; enerzijds de mensen die al sinds hun kindertijd “thuisloos” zijn en de mensen waar een duidelijk breekpunt kan waargenomen worden die tot thuisloosheid leidt, anderzijds de mensen waar geen duidelijke ruptuur gevonden kan worden. Voor thuisloosheid bestaan 12 risicofactoren: opeenstapeling van negatieve gebeurtenissen, verlies- en scheidingservaringen in de jeugd, problematische gezinssituatie, meer dan een partnerrelatiebreuk, afbreken van sociale contacten, verblijf in residentiële instellingen, psychische of psychiatrische problematieken, verslavingsproblematieken, verscheidene contacten met justitie, zeer ongunstige materiële leefomstandigheden, administratieve en bureaucratische netten en stigmatisering in onze samenleving. Het niveau van “marginalisering” situeert zich op drie niveau’s: macro, meso, micro. Ook missen thuislozen de 3 B’s: betrokkenheid, belangstelling en begrip. Manier van reïntegratie : positieve beeldvorming, participatie op maat, krachten versterken en gedeelde zorg.


Zonder thuis (van Frie)

Stereotypes
verschillende definities van dak-en thuisloosheid omdat het telkens gaat om een cumulatie van stressvolle gebeurtenissen.

1. Materiële bijv. werkloosheid
2. Affectieve of relationele factoren bijv. echtscheiding
3. Persoonlijke bijv. psychische problemen die zich uiten in depressie
4. Institutionele factoren bijv. opname in een instelling

Er zijn steeds twee rode draden prominent aanwezig zijn:

1. Huisvestingproblematiek
• Letterlijk geen dak hebben bijv. zwervers
• Leven in marginale wooncircuits bijv. in een tent

2. Verbintenis- of ontankeringsproblematiek
Een situatie waarbij thuislozen geen wezenlijke bindingen meer hebben met:
• Sociale omgeving bijv. familie
• Maatschappij bijv. geen band met sociale rollen

Er is geen toekomstperspectief meer, geen hoop op verandering. Overlevingsstrategieën staan centraal in hun leven. Ze voelen zich weggegooid uit de maatschappij ( Troaways)
Twee soorten groepen van thuislozen:

1. Personen die al vanaf hun kindertijd problemen of kwetsuren opliepen
2. Personen die langere tijd een gewoon leven leidde, maar door plotse gebeurtenis zeer snel in een situatie van thuisloosheid belandde.

Men benoemt duidelijk één breukmoment, één breekpunt in hun leven waarna het proces van thuisloosheid is begonnen.

Een terugkeer wordt steeds moeilijker
3 factoren spelen hierbij een rol:

1. De eigen individuele reactie
2. De manier waarop de maatschappij met dit soorten breuken omgaat
3. Het samenspel of interacties tussen het individu en de maatschappij

Een twaalftal risicofactoren

1. Opeenstapeling van negatieve levensgebeurtenissen die leidt tot wanorde
2. Verlies- en scheidingservaringen in de jeugd
3. Problematische gezinssituatie
4. Al meer dan één partnerrelatiebreuk
5. Afbreken van sociale contacten (desaffiliatie)
6. Verblijf in residentiële instellingen
7. Psychische of psychiatrische problematieken
8. Verslavingsproblematiek
9. Contacten met justitie
10. Ongunstige materiële leefomstandigheden
11. Verzeild in administratieve en bureaucratische netten
12. Stigmatisering in onze samenleving

Herankering

• Stabiliteit terugvinden bijv. op vlak van hun woonplaats
• Opvangcentrum
• Opnieuw contact opnemen met ouders, kleinkinderen,..
• ‘klik’ met hulpverlener
• Zinvolle dagbesteding

___Algemene preventie_

Voor de reïntegratie zij er samenwerkingsverbanden met aangrenzende sectoren nodig op het vlak van :
• Huisvestiging
• Administratie en inkomen
• Gezondheidszorg
• Opleiding en tewerkstelling
• Sociale netwerken

Structurele aanknopingspunten , sectoroverschrijdend, die de kansen op reïntegratie mogelijk maken blijven zwak uitgebouwd.

Vier verankeringspunten:

1. Positieve beeldvorming
Thuislozen ervaren een gebrek aan erkenning van hun persoon en hebben het gevoel er niet bij te horen.
• Voelen zich overbodig
• Gevoelens van machteloosheid
• Gevoelens van eenzaamheid
• Isolement
• Afkeer van de maatschappij
Elk contact met de samenleving kan een positief ankerpunt betekenen voor de thuisloze en dient dan ook maximaal benut te worden. Alleen dan kan de negatieve spiraal doorbroken worden.

2. Participatie op maat
• Actief uitgenodigd worden via gepaste kanalen
• Vaste vertrouwings - en referentiepersoon
• Constantie ondersteuning
• Inspraak – en participatiemogelijkheden te vergroten
3. Krachten versterken

Een krachtgerichte benadering zet de focus op de aanpak van risicofactoren (plaatsing, uithuiszetting,…) maar ook positief op het versterken van beschermende factoren (werken aan positief zelfbeeld,..)
De overheid moet dat pro-actief optreden beter faciliteren. Solidariteit , diversiteit en volwaardig burgerschap zijn hierbij de uitgangspunten.

4. Gedeelde zorg
Werken aan gedeelde zorg door de Samenwerking te bevorderen. Er is een blijft een gedeelde zorg nodig onder meer voor thuislozen en met thuislozen en met de organisaties die dicht bij hen staat.


**De verzipping vn de thuislozenzorg? (van Marieke)**

Stadslucht maakt vrij:

In de jaren 80 vindt de VDVO (Vereniging der Vlaams Onthaalhuizen) dat ze de ‘thuisloosheid’ hebben ontdenkt. De maatschappij had hun bestaan tot dan toe onder de noemer ‘daklozen’ geplaatst.

Private en publieke opvanginitiatieven, opdracht: Wederaanpassing en disciplinering van die dakloze landlopers en bedelaars.
 Landlopers niet opgesloten id gevangenissen, maar geïnterneerd in een weldadigheidskolonie met een halfopen regime.

Half open regime: Arbeid binnen de muren was de remedie voor een minimale resocialisatie (in open lucht) => Stadslucht maakt vrij!

De VDVO wil het gesloten circuit openbreken & de vervanging van de landelijke kolonies door stedelijke opvangcentra voor thuislozen.

Terug naar huis:

Gemeenschapshuizen => Nieuwe ‘thuislozenzorg’ => kans op reïntegratie in de samenleving.

Kritisch perspectief: Differentiëring van de residentiële opvang voor thuislozen op gang gebracht => crisisopvang, halfweghuizen, beschut en begeleid wonen, vluchthuizen.

De open zee van een caw:

1e fusiegolf (’95): Verplichte cesuur plaatsten tussen de ambulante en de residentiële werkvormen. De overheid wou hiermee vermijden dat thuislozen binnen 1 polyvalent centrum een te vlotte toegang zouden krijgen tot de duurdere residentiële zorgvormen.
 Thuislozenzorg voelt dit aan als wantrouwen.

 De cesuur werd uiteindelijk opgeheven en de zorg voor thuislozen kon zich in de CAW’s geleidelijk van residentiële naar de ambulante werkvormen verspreiden.

Ontankering (begeleiders en cliënten mochten samen op zoek naar nieuwe verankering): Een proces dat start met woon- en relatieproblemen die tijdig gekeerd moeten worden om chronische thuisloosheid te voorkomen. => vraag nr hulpverlening!
En ook een vraag nr een rijkere mix van ambulante en residentiële werkvormen (en andere sectoren in een gedeelde zorg betrekken)

Verschaling is verschraling:

De zorg voor de thuislozen moest geleidelijk wijken voor de ruimere aandacht voor minder kwetsbare groepen. En de thuislozenzorg is geen speerpunt meer in het bereik van de meest kwetsbare mensen.
=>Die zorg verschraalde: nieuwe opdrachten vr breder publiek met dezelfde middelen

Nochtans kan men het echt niet permitteren om thuislozenzorg af te bouwen als de vraag naar noodopvang blijft stijgen en de woonproblematiek zo acuut is.

Uiteindelijk was er geen afbouw van de thuislozenzorg, maar een rijker aanbod voor het publiek die gemakkelijk van de ene nr de andere hulpverlening konden gaan. (vb: van een vluchthuis nr scheidingsbemiddeling) => Verscheidenheid nam toe

Men combineert eigen woonmogelijkheden met langdurige begeleiding van 1 begeleider die echt een relatie kan opbouwen met de cliënt.

Besluit: Nieuwe samenspel vn diverse zorgvormen: meer toegankelijke en duurzame zorg, ook vr thuislozen. Organisatievergroting en gerichte reconversie vn werkvormen zorgen voor diversiteit binnen de organisatie. (Het lukt in de meeste CAW’s)

De heilzame groep:

Soms is er weigering vn de moeilijkste groep (vb iem die nr alcohol ruikt)
Dat leidt tot rudimentaire bed-bad-brood-opvang zonder groepsbegeleiding.

Ze willen die mensen zich laten herankeren in de samenleving. Dit kan met een groepsaanbod dat sociale vaardigheden versterkt, lotgenoten laat ontmoeten, mensen een sociaal netwerk laat uitbouwen in de omgeving. Dat hoeft niet residentieel te gebeuren.
Als mensen zich nog niet klaar voelen voor begeleid wonen, verkiest met de structuur van een groepsbegeleiding.

De overheid geeft geen middelen voor de pure bed-bad-brood-opvang. Dit wordt door de cliënt zelf betaald of via de dagprijs door het OCMW. Welke overheid wil dan dus de verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van die opvang?

De betere klant:

Straathoekwerk, begeleid wonen, zorgwonen,… moest de grootste aandacht krijgen. De meest kwetsbare thuislozen moeten terugvallen op schrale noodopvang.
‘Meest kwetsbare thuislozen’: De vrouwen in de vluchthuizen, de mensen die na een echtscheiding en kort verblijf in de psychiatrie hun huis-met-tuin verloren, de jongeren die de bijzondere jeugdzorg ontgroeid zijn, of gaat het om de goede oude thuisloze van toen?

 Chronische thuisloze mensen die in de grootstad trachten te overleven.

Wrm kiezen voor meest kwetsbare groep?: in groep kunnen zij leren communiceren, leren praten en luisteren. Met de steun van CAW’s kunnen ze het recht op wonen opeisen door leegstaande gebouwen te bezetten, in eigen beheer te houden en zelf de sociale controle te organiseren.
(Thuislozen en middenklassers kunnen daar samenwonen).

Ze hoeven nt meer geweigerd te worden als lastige klanten. => Als wonen nt meer betaalbaar is voor onze mensen, laat thuislozen en welzijnswerkers dan samen burgerlijk ongehoorzaam zijn, want we kunnen ethisch toch nt aanvaarden dat mensen op straat sterven.

Wil je het kort houden?

Men wil geen tijdslimiet op de begeleiding, maar men wil ook niet opdraaien voor het falen van andere sectoren.
Er is behoefte aan langdurige begeleiding. (Samenwerking met andere sectoren!)

Inclusief subsidiebeleid:

De verantwoordelijkheid voor de zorg moet gedeeld worden met andere voorzieningen uit andere sectoren. CAW’s zijn niet geëquipeerd om alle gaten te vullen of om nieuwe voorzieningen uit de grond te blijven stampen. => goede afspraken! + selectieve opname van de andere sectoren goed blijven opvolgen.

De meest kwetsbare mensen vanuit andere sectoren worden aan ‘de maatschappij’ overgelaten. De kwetsbare thuislozen kunnen dat nie aan zonder blijvende steun.

Ons kent ons niet meer:

Edwin Vanhollebeke: vind dat het internationale karakter van een goede thuislozenzorg in hun beleidsdepartement veel te weinig gewaardeerd wordt. ‘Justitie, gezondheid, huisvesting, tewerkstelling, cultuur, sport,… werden steeds mee aangesproken. Maar de Vlaams en Brusselse welzijnskabinetten vinden dat ze daar geen middelen moeten in stoppen. Wie dan wel? Het welzijn werd versterkt, maar thuislozen bleven in de kou staan.

Besluit:

CAW’s hebben identiteitsprobleem: Meer dan scheidingsbemiddeling is er in en om de CAW’s actiebereidheid nodig om samen werk te maken van een goede zorg voor de meest kwetsbare thuislozen!


Samenvatting artikel “maatzorg in de thuislozenzorg” geschreven door Tine VAN REGENMORTEL (door Tom)

INLEIDING:
MAATZORG = een methodiek voor begeleiden van kansarmen (Van Regenmortel; 1992 en 1995)²

Waarom de term “maatzorg”?
 het aanbieden van een zorg op maat, wat het wezenlijk centraal stellen van de hulpvrager/gebruiker inhoudt, de rode draad voor een kwalitatief hoogstaande hulp- of dienstverlening dient te zijn

Artikel
 aandacht op de relatie organisatie —- de gebruiker
 maatzorg : focus op het kwaliteitsproces; niet op kwaliteitsproduct

DE METHODIEK MAATZORG
Visie:
Omvat volgende aspecten:
- de onderkenning van een belangrijke structurele dimensie bij kansarmoede
- het multicomplexe karakter van armoede
- de nood aan aandacht voor de subjectieve en culturele kenmerken van kansarmen
- de erkenning van een grote heterogeniteit onder kansarmen
- de noodzaak van het belichten van de positieve krachten en de dynamiek van kansarmen
-…
Theoretisch kader:
 verbintenisproblematiek CENTRAAL KENMERK bij kansarmen
 verbintenis = gestoord op diverse vlakken (met zichzelf, anderen, de maatschappij, toekomst)
 oplossing? => centraal = creëren van een besef van invloed (TOLKFUNCTIE)

Thuislozen = personen zonder wezenlijke verbindingen
 ‘ontankering’ = proces van verlies van contactpunten, houvast, van steunfiguren etc.
OPLOSSING? ‘herankeren’ = creëren van positieve bindingen, een geloof in de eigen mogelijkheden, van het gevoel terug greep te krijgen op het eigen leven, op het nastreven van ‘maatzorg’ dus.
KORTOM: streven naar kwaliteit is streven naar een zorg op maat en specifiek voor de thuislozenzorg betekent dit ‘een proces van herankeren’.

Praktijkvertaling:

5 basisprincipes:

1) POSITIEVE HULPVERLENING:
- Een klimaat waarbij hulpvragen gerespecteerd worden
- Vertrouwensrelatie
- Hulpvrager centraal
2) INTEGRALE HULPVERLENING:
- ‘brede bril’ voor ogen
- aandacht voor verschillende levensdomeinen; voor denken; voor voelen en gedrag; voor verschillende contexten; …
3) HET PARTICIPATIEPRINCIPE:
- visie dat ieder persoon = probleemoplossend wezen dat zelf keuzes maakt (verantwoordelijkheid)
4) GESTRUCTUREERDE HULPVERLENING:
planmatig werken (maatplan)
- exploratie van problemen
- de mogelijkheden van de hulpvrager op verschillende levensdomeinen
5) GECOÖRDINEERDE HULPVERLENING:
- de uitbouw van een casegebonden overleg, een overleg op maat van de hulpverlener

ONDERZOEK ‘MAATZORG IN DE THUISLOZENZORG’ (DEMEYER, PRINCEN & VAN REGENMORTEL, 1997), in opdracht van de Vlaamse Minister van Cultuur, Welzijn en Gezin.

Maatzorg toetssteen voor kwaliteit in de thuislozenzorg
 vragen: * In hoeverre onderschrijven de Vlaamse onthaalcentra het maatzorgconcept?
* In welke mate wordt maatzorg toegepast?
* Knelpunten?
! Naast de stem van de hulpverleners komt ook de stem van de thuislozen aan bod !

Maatzorgpraktijk in de onthaalcentra
! sterke focus op positieve hulpverlening, andere worden minder gerealiseerd !
- POSITIEVE HULPVERLENING:

  • warmte, rust en veiligheid bieden
  • tijdelijk huis aanbieden
  • zorgen voor een luisterend oor

- INTEGRALE HULPVERLENING:

  • begeleiding sterk gericht op individu
  • oog hebben voor structurele aspecten

- PARTICIPATIE:

  • deelname aan verschillende huishoudelijke taken

- GESTRUCTUREERDE HULPVERLENING:

  • onderzoek => weinig exploratie van problemen

- GECOÖRDINEERDE HULPVERLENING:

  • belangrijk voor de continuïteit in de hulpverlening

Knelpunten voor een zorg op maat aan thuislozen:

1) Te weinig expliciete aandacht voor deskundigheidsbevordering en kwaliteitsbewaking
2) Problemen met erkenning en subsidiëring van de sector
3) De diversiteit van de doelgroep
4) Het toenemende complexe karakter van hun problematiek met steeds weer nieuwe noden
5) Gebrekkige continuïteit

! Er is een grote dynamiek binnen de thuislozenzorg om het aanbod steeds weer aan te passen aan de nieuwe noden van de hulpvragers. !


Zorg voor verslaafde dak - en thuislozen in Utrecht (Emmelien)

1. Project BinnenPlaats: wat?

1.1 Waarom?
Een te hoog aantal verslaafde dak- en thuislozen in Utrecht (ze leefden in armoedige omstandigheden en zorgden voor veel overlast.)

1.2 Oplossing
=> Project BinnenPlaats

1.3 Taken
• Leefsituatie en gezondheid van verslaafde dak- en thuislozen verbeteren.
• Bijdragen bij de afname van overlast en criminaliteit.

1.4 Oprichten 8 hostels
• 24-uursopvangvoorziening
• 25 per hostel
• Hostel Maliehof en Hostel Wittevrouwen: voor drugsverslaafde dak- en
thuislozen
• Hostel Hogelanden: voor alcoholverslaafde dak- en thuislozen,
zwerfjongeren en verslaafde cliënten met complexe problemen

1.5 SBWU
Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht: biedt begeleiding en huisvesting aan mensen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen.
Voor meer info: http://www.sbwu.nl/?contentId=4100

1.6 OGGZ
Openbare Geestelijke Gezondheidszorg Groningen: men is verantwoordelijk voor het bevorderen van de gezondheid, veiligheid en veiligheid van de burgers.
Voor meer info: http://www.oggzgroningen.nl/

2. Succesfactoren van deze aanpak

2.1 Breed gedeelde zorgvisie
Er wordt hulp geboden voor mensen die niet in staat zijn om iets te veranderen aan hun levensomstandigheden.

2.2 Een sluitende zorgketen
Goede relaties tussen organisaties (gemeente, ggz, politie, verslavingszorg,… vormen een keten).

2.3 Politieke en bestuurlijke daadkracht
Overlast kan gesignaleerd, voorkomen en bestreden worden.

3. Zorgvisie

3.1 SBWU Divisie OGGZ hanteert als uitgangspunt:
Verslaafde dak- en thuislozen zijn niet in de eerste plaats ‘zorgmijders’ of overlastgevers, maar mensen met overwegend chronische en ernstige ggz-problematiek.
—> Men wil voor iedere cliënt een passende, veilige en ondersteunende omgeving creëren waar hij ondanks zijn beperkingen zo zelfstandig mogelijk volgens zijn eigen wensen kan functioneren.

3.2 Uitgangspunten
• Toegankelijkheid van zorg
• Continuïteit van zorg
• Verhoging kwaliteit van leven
• Acceptatie drugsgebruik
• Creëren van een thuismilieu
• Centraal stellen van de zorgvraag

4. Werkwijze

4.1 Bemoeizorgattitude

begeleiders houden op eigen initiatief de vinger aan de pols over de leefomstandigheden van cliënten en bieden ook advies en ondersteuning aan.

Niet gericht op bestrijden van verslaving.

4.2 Methodisch werken

de medewerkers laten de cliënten niet los, ook al willen zij in eerste instantie misschien geen hulpverlening aanvaarden. (vertrouwensband!)

4.2 Begeleidingsmethodiek

eerst materiële problemen aanpakken, vervolgens de verslavingsproblemen. (vertrouwensband!)

5. Resultaten

5.1 Relevantie van het zorgaanbod
• SBWU springt in op het tekort aan begeleiding en woonvoorzieningen.
• SBWU biedt zorg aan cliënten met complexe problemen.
• SBWU richt zich op woonbegeleiding versus opvang (bed, bad, brood)
• SBWU schenkt aandacht aan de psychische gezondheid van cliënten.

5.2 Bereikbaarheid juiste doelgroep
SBWU biedt zorg aan verslaafde dak- en thuislozen die gerekend worden tot de zorgwekkende zorgmijders die zichzelf verwaarlozen en veelal overlast veroorzaken op straat. (Velen waren niet meer welkom in andere voorzieningen.)

5.3 Resultaten ambulant OGGZ-team
Tevredenheidsonderzoek bij cliënten
=> Begeleiders: spilfunctie in het leven van de cliënten
=> Uitstroom: 2004: 7 – 2005: 10
=> Instroom: 2004: 69 – 2005: 40

5.4 Resultaten Hostel Maliehof
• cliënten komen tot rust en hebben een minder gejaagd leven
• sommige cliënten kunnen zelfs doorstromen naar een zelfstandige woning mbv ambulante begeleiding
• weinig negatieve uitstroom

5.5 Tevredenheid betrokkenen
• Goede samenwerking met externe partners
• Groot deel van cliënten is tevreden van zijn begeleider
• Medewerkers zijn uitnodigend en flexibel


Naar een integrale hulpverlening ook aan thuislozen (Lisa Meulenbergs)

Thuislozen in de 21e Eeuw
Er is een groot verschil tussen Nederland en Vlaanderen.
In de jaren ’90 werden thuislozen tengevolge van ingrijpende herstructurering opgenomen in sector v/h autonoom algemeen welzijnswerk.
Vandaag mag er officieel niet meer gesproken worden over thuislozenzorg, maar er is geen duidelijk begrip meer hebben. Thuisloosheid is niet verdwenen, het bestaat nog in alle culturen.
‘Innovaties in de thuislozenzorg’ van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk: in 2001werd een progamma opgestart en ‘strategisch’. Het doel was thuislozen eens hoger op wetenschappelijke én politieke agenda te plaatsten.

Met welke maat?
Er moet aandacht gaan naar de inhoud v/h zorgaanbod én naar de (hulp)vraag v/d thuislozen.
Ook moet er aanzet gegeven worden voor zorg op maat want ‘Elke persoon bezit zijn of haar eigen ‘maat’.
Het probleem is dat niemand weet in hoeverre het in de zorgpraktijk én in de beleving van de thuisloze staat met die maatzorg.
Er moet niet minder over worden nagedacht,want men moet aandacht hebben voor oplossingen preventieve.

Een wezenlijk gemis
Het is geen label meer, maar er is wel wezenlijk gemis aan eigen organisatie en zingeving van hun leven, tijdelijk of voor langere tijd, onder druk van tegenslag, het verlies van sociale netwerken.
We moeten ons opnieuw eenvoudige maar fundamentele uitgangsvragen durven stellen: Wie zijn de thuislozen? Waar bevinden ze zich? Verwacht hij hulp?…

Er moet preventieve aandacht voor zijn en er moeten structurele oplossingen ontwikkeld worden voor de basisvoorzieningen zoals huisvestiging, gezondheid en inkomen.
Hoe: hulpverlening op zich te ‘hulpeloos’ en sectoren als begeleid wonen, arbeidszorg, sociale huisvestiging, wijkgezondheidscentra of opbouwwerk essentiële partners.

Visie ontwikkelen
Met situering en overzicht van (vroegere) benaderingen van thuisloosheid is de bedoeling een brug te slaan naar een actuele visie op thuislozen. Daarna is een dringende behoefte als fundament voor vernieuwingen in de omgang met thuisloosheid vanuit de zorg en de maatschappij.
Men moet beroep doen op algemeen welzijnswerk en andere sectoren om zo voldoende gevoelig te blijven voor dit probleem.
Thuisloosheid is gevolg van processen van sociale uitsluiting. Thuislozen zijn de ‘onderklasse’ van de samenleving ( hetzelfde bij armoede).
Thuislozen hebben een complexe problematiek van uitsluiting op meerdere terreinen van het maatschappelijk leven:
- Inkomen
- Deelname a/d arbeidsmarkt, huisvestiging, onderwijs, gezondheid, toegang tot de maatschappelijke dienstverlening.
De reden hiervan is de complexitiet ervan, procesmatige karakter, op elkaar ingrijpen van ≠ probleemvelden op micro-, macro- en mesoniveau van de samenleving

What’s in a name?
Armoede en Thuisloosheid heeft een gradueel karakter. Het zou kunnen dat je plotseling dat je thuisloos of arm wordt, maar dit is meestal niet zo. Want meestal is het een proces, soms over generaties heen, cumulatieve problemen.
Algemeen welzijnswerk spreekt van: ‘echte’ en ‘niet-echte’ thuislozen> ‘nieuwe’ thuislozen. Deze ontstaan door diverse maatschappelijke ontwikkelingen.
– Minimuminkomens of uitgesloten uit sociale zekerheid(jongeren zonder inkomen, langdurig werklozen, OCMW- moeders…)
– Nieuwe samenlevingspatronen (verlies van belang van kerngezin,scheiding…)
– Vermaatschappelijking of onaangepastheid v/h instellingsdenken (psychiatrie, bejaarden, jongeren…)
Thuisloosheid is meer dan vroeger een theoretisch moeilijk te vatten fenomeen, ook al kan het beeld in onze waarneming v/d thuisloze erg duidelijk zijn.
Definitie: sociaal- psychologische benadering ofwel institionele benadering

Dak- en Thuisloos
Tot de 70 eeuw wordt de term ‘dakloze’ gebruikt, dit komt van de ‘oude’ thuisloosheid: de landloper, de alleenstaande man, de dakloze ex- gedetineerde, …
Het ging meestal om mannen die thuisloos waren. Hij kon terecht in ‘Onthaalhuizen van de werken voor daklozen’ (die ontstonden in 20e E).
In 68’ was er een cultuuromslag. Er kwamen nieuwe initiatieven in 70’ en zo maatschappelijke en structurele veranderingen.
De oude term dakloze moest verdwijnen en werd door ‘thuisloze’ vervangen.
– Thuislozen zijn meer dan (g)een dak boven hoofd hebben; nieuwe probleemgroepen + nieuwe door opbouwerk en maatschappelijk werk geïnspireerde benaderingen.
‘Wet Onkelinx’ uit 1939: i/h kader v/d OCMW- wetgeving en de Wet op het recht op een bestaandsminimum een aantal specifieke maatregelen, die specifiek v/h toepassing waren op ‘daklozen’.

Geen vaste verblijfplaats
Definitie parlementaire documenten: “Een dakloze is iemand die niet over een eigen woongelegenheid beschikt, die niet de middelen heeft om daar op eigen kracht voor te zorgen en daardoor geen verblijfplaats heeft of tijdelijk in ene tehuis verblijft in afwachting dat hem een eigen woongelegenheid ter beschikking wordt gesteld”
Geconcretiseerd in een ministeriële omzendbrief van april 1995 (enige wettelijke omschrijving van begrip ‘dakloze’): Onder ‘dakloze’ moet men onder ander verstaan:
– Personen zonder vaste verblijfplaats die opgevangen w in een onthaaltehuis voor volwassenen in moeilijkheden, of in een materniteit, erkend of niet erkend
– De personen die ene plaats verlatenwaar ze verplicht werden opgenomen ten gevolge van ene gerechtelijke en administratieve beslissingen, met uitzondering van ontsnapte gevangene De gerepatrieerde behoeftige Belgen die over geen woongelegenheid beschikken als zij toekomen in België
– Personen die bij het verlaten van een ziekenhuis of psychiatrische instelling geen woonst meer hebben
– Personen die op straat slapen of in openbare gebouwen die geen verblijfsfunctie hebben vb. stations
– Personen die voorlopig opgevangen worden door particulieren, om hen tijdelijk uit de nood te helpen, in afwachting dat betrokkene een eigen woongelegenheid ter beschikking heeft.
– > Nogal eenzijdig uit van een woonprobleem

De voorzienigheid
Er kwal een 2e vereniging v/h begrip thuisloosheid:
– Gevaar: ‘territorium’ van thuislozen beperkt tot zorgvoorzieningen
De Nederlandse Landelijke Stichting voor Thuislozen en Onderdag (LSTO) definieerde thuisloosheid als: ‘Een ernstige toestand van maatschappelijke, persoonlijke en relationele kwetsbaarheid, waardoor functionele en medemenselijke relaties in de gangbare samenlevingsvormen niet of nauwelijks meer mogelijk zijn. De mens die tijdelijk of blijvend in deze toestand verkeerd= thuislozen’ .
Deze definitie werd vervangen door: ‘Thuislozen zijn personen zonder duurzame relaties, zonder eigen thuis en zonder sociale achtervang’ omdat het alleen gelinkt was aan reguliere thuislozenzorg.
Het probleem was dat deze defintie geen verblijfplaats en niet expleciet aan ‘huisvestiging’ refereert.
Het omvat 3 territoria; opvangs circuit, commerciële circuit en zwerfcircuit.

De Europees observatoruim thuisloosheid definieert thuislozen als: ‘Ieder persoon die niet in staat is om via eigen middelen een eigen, aangepaste woning te krijgen en te onderhouden of iedere persoon die niet in staat is om zich te onderhouden in ene eigen woning ondanks de hulp van sociale diensten.’
> Gevaar: eenzijdige benadering
Thuislozen zijn het voorwerp van meerdere processen van sociale uitsluiting die ook andere domeinen dan wonen bestrijken: meer dan huisvestigingsprobleem.
Gevolg voor thuislozen door moderne samenleving was eenzaamheid en volledige sociaal isolement.

Verbinding verbroken
Gaublomme en Fret starte een‘denkgroep’ op de ‘ontankering’ van thuislozen.

‘proces van verschraling of verregaand verlies van houvast, contactpunten, eigen mogelijkheden, een groeien van individuele onmacht’.

Stoornissen i/d hechtende relaties van thuislozen.

Op hetzelfde spoor
‘Waarom is de hulpverlening verschillend v/d hulpverlening aan armen? Waarom zitten ze op verschillende sporen? Waarom onderscheidt een vereniging van armen zich van een daklozenvereniging?…’
Deze zinvolle vragen zijn in zo verre dat ze ons op het spoor zetten van een integrale benadering van thuisloosheid.
In Brussel: thuislozenzorg + andere sectoren (GGZ, OCMW, huisvestigingssector, jeugdzorg…) moeten betrokken worden.

Eén ding is zeker, één ding is klaar…
De zorg is voor alle (zorg-) sectoren die met thuislozen in contact komen, niet enkel voor algemeen welzijnswerk.
Zoektocht naar gevoel van veiligheid en erkenning, naar rustpunt,materiële steun, verzorging en begeleiding : Op zijn of haar Maat.


Samenvatting Rien: Een pleidooi pro-domo.

De angst voor het cliché.
We onderschrijven het belang van het begeleid wonen, de nood aan meer aandacht voor preventie, de vraag naar samenwerking met andere sectoren, de bede om een lokale, Vlaamse en federale strategie, het geloof in de mogelijke rol van het lokaal sociaal beleid, de hoop op de uitbouw van zorgcircuits en echt zorgwonen. Het onderzoek naar de thuislozen die niet door de hulpverlening worden bereikt beperkt zich tot degenen die geen hulp meer willen of ontgoocheld zijn. Het onderzoek geeft geen beeld van de thuislozen die hulp willen maar die niet kunnen vinden of krijgen, mensen die opvang vragen, maar geweigerd worden omdat het centrum volzet is. Ook problemen zoals intrafamiliaal geweld blijven onderbelicht. De definitie van thuisloosheid die men hanteert: een probleem van verbinding, materiële tekorten, dakloosheid, sociale uitsluiting en armoede. We moeten vaststellen dat de slachtoffers van intrafamiliaal geweld die in de vluchthuizen terechtkomen, vooral sociaal-economisch zwakkere burgers zijn die niet op een eigen netwerk kunnen terugvallen. In de onderzoeksafbakening lezen we dat de problematiek van asielzoekers en mensen zonder papieren in dit onderzoek niet aan bod komen omwille van haalbaarheidsredenen en taalproblemen.

Klare keuzes maken.
Er is voor deze vrij intensieve zorg en begeleiding geen toegangspoort of een autonome vorm van trajectbegeleiding om de thuislozen naar de meest gepaste hulp te begeleiden. Er is ook geen centrale of lokale regie van de gedeelde zorg zoals die in de integrale jeugdhulp wordt opgebouwd. Hoe kunne we dan ooit vanuit de betrokkenheid van meerdere zorgsectoren tot een integraal en afgestemd hulpaanbod voor thuislozen en voor volwassenen in moeilijkheden komen? De huidige beleidsmarges van de thuislozenzorg zijn gelimiteerd door externe en interne factoren.
Externe factoren: - de bijzonder moeilijke toeleiding naar gepaste en betaalbare huisvesting.
- het gebrek aan een inclusief zorgbeleid in dat beleidsdomein ondergraaft ook de effectiviteit en efficiëntie van de hulpverlening.
- het gebrek aan werkingsmiddelen van de opvangcentra zelf maakt de dagprijs voor thuislozen hoogst cliëntonvriendelijk.
- de zelfbeschikking is soms nog ver te zoeken.
Interne factoren: - zijn er niet.

Verbeterprojecten.
Vooral de verruiming van het ‘begeleid wonen’ kreeg onder de vorige Vlaamse regering impulsen van de extra investeringen in zeven pilootregio’s. Dit wordt sterk gewaardeerd door de doelgroep. Er werd ook met lokale fondsen en met eigen middelen van de centra algemeen welzijnswerk geïnvesteerd in de uitbouw van de dagopvang via de ‘inloopcentra’. Onrechtstreeks dragen ze ook bij tot het inperken van het storend rondhanggedrag. De verruiming van de installatiepremie voor daklozen naar alle uitkeringstrekkers en naar mensen met een inkomen lager dan het leefloon vermeerdert met tien procent, werd eveneens onder onze impulsen ingevoerd door de federale overheid. Er draait een vormingsprogramma thuislozenzorg van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk dat zeven modules omvat. Voeg daarbij de ruimere aandacht van de OCMW’s voor de thuisloosheidsproblematiek via de uitbouw van noodwoningen en de uitbouw van sociale verhuurkantoren door het Vlaams Gewest.

Alles kan beter.
Bij de begeleiding van thuislozen krijgt de huisvestingsproblematiek de nodige aandacht, maar soms blijft daardoor de ontankering van thuislozen onderbelicht. De sector heeft nu al tien procent van zijn residentieel aanbod geconverteerd naar het begeleid wonen, dat beter tegemoetkomt aan het herstellen of weer opbouwen van een sociaal netwerk. Werken aan herankering kan ook door meer aandacht te besteden aan dagbezigheid, opleiding en tewerkstelling. Een ander knelpunt is dat thuislozen dikwijls een heel parcours afleggen binnen de sector en dat dit geen bewust en doelgericht traject op maat van hun empowerment is. Veel aandacht wordt besteed aan een betere aansluiting tussen de opvangcentra en het begeleid wonen. Fundamenteel blijft het gemis aan een intersectoraal kader voor een gedeelde zorg aan thuislozen, met een centrale en lokale regie, met indicatiestellingen en toegangspoorten, met uitgestippelde trajecten en trajectbegeleiding.

De cliënt slaat de maat.
Een derde kritiek wijst op de nood aan meer en betere begeleiding. Met betere begeleiding mikt men op maatwerk, intenser en met meer respect. Er zijn honderden plaatsen tekort in het begeleid wonen. Voor een meer respectvolle hulpverlening heeft het kwaliteitsdecreet al verbetering gebracht in het respectvol omgaan met cliënteninformatie en de uitbouw van klachtenprocedures. In de residentiële sector zouden we die maatzorg graag verder intensifiëren door naast de leefgroepgebonden opvang telkens ook opvangmogelijkheden in studio’s te voorzien voor die thuislozen die niet aarden in een leefgroep.
Een vierde kritiek vraagt meer cliëntenparticipatie. In het merendeel van de opvangcentra worden er bewonersvergaderingen gehouden, maar de aard en de vorm verschilt wel. We zien meer participatie aan het Vlaamse en federale armoedebeleid in samenwerking met de verenigingen waar armen het woord nemen. Het bevorderen van de participatie van de cliënt zou wel een basisvaardigheid en een aandachtspunt moeten zijn van elke hulpverlener. Een goed kwaliteitsbeleid zorgt daarvoor.

Verantwoordelijkheid nemen.
Er was ook kritiek op de prijs van het verblijf in een opvangcentrum. We hebben daarover al in 2002 een klaar standpunt ingenomen: in de subsidie-enveloppe van de overheid steken te weinig middelen om de dagprijs op een voor de cliënten aanvaardbaar peil te brengen. Die te hoge dagprijs is een probleem dat nog verzwaard wordt door de vorderingen op het cliëntinkomen via vooraf te ondertekenen volmachten. Die vorm van sociale uitsluiting roept tot slot de algemene vraag op of er in de sector voldoende aandacht is voor de structureel-maatschappelijke dimensie van thuisloosheid en welke strategieën daarvoor dan ontwikkeld worden.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License